dinsdag, februari 20, 2007

waarom ik niet bid 2.


Ik ben een boek aan het lezen wat ik allang in huis heb: "Volkscultuur in de late Middeleeuwen", door Gerard Nijsten. Het gaat over de manier waarop de middeleeuwers hun religie beleefden.

Het woordje 'volks' is een beetje misleidend, want het boekje weerlegt nou juist netjes de mythe van het woord 'volks'. Dat is een door de Nazi's misbruikt onzin-begrip. Er was helemaal niet zo'n tegenstelling tussen volk en elite. Zowel in de stad als op het platteland putten allen uit dezelfde cultuur, meestal mondeling overgedragen en bewaard en verspreid door kloosters en kerk. Het niet geschoolde, meestal analfabetische deel van het volk kreeg mondeling alle verhalen en regels overgedragen van hun ouders en familie en middels de kerk.
Ook de mythe dat de katholieke kerk allerlei 'heidense' zaken had overgenomen en dat die heel hardnekkig een eigen leven bleven leiden wordt gelukkig weerlegd. Voorbeeld: natuurlijk heeft het Carnaval een oorsprong in de Romeinse Feesten, maar het had wel degelijk een geheel eigen functie in het katholieke jaar.

Maar wat me vooral boeit is dat het allemaal zo'n fantastische eenheid had en uitstraalde, dat als ik toen had geleefd ik zonder morren me had thuisgevoeld in de hele rimram.
Ik had genoten!
Ik was naar alle bedevaarten gegaan die ik had kunnen doen, alle processies zou ik bijwonen. Processies die een samenwerking zijn tussen alle partijen en tot doel hebben iedereen een mooi religieus feest te geven.
Er is niets mooiers dan in Italiƫ, bijvoorbeeld, zo'n processie te zien.
De grote processies in de heilige week voor Pasen in Zuid-Spanje trekken record aantallen bezoekers.
Het zou heel mooi zijn als dit soort sferen weer terug konden komen, maar helaas is het nu niet meer zo. Er is geen enheid meer. Het verhaal is teveel gerationaliseerd geworden, niet in de laatste plaats door de reformatie en de verlichting.
Onder het humanisme geloof ik er niet meer in. Daarom kan ik niet meer bidden.

Maar anders dan Maarten 't Hart liet blijken, laatst in het programma op de EO, ben ik er niet rouwig om, ik mis niks.
Ik kan de rust en het vertrouwen in de goede afloop in de steun en de kracht die in mijn lichaam zit en in mijn ziel benutten zonder ritueel, zonder liturgie en sacrament.
Ik weet zeker dat alles goed komt en dat ik mijn lieve meta en mijn kinderen nooit zal verliezen.